RTL Late Night

Gisteravond zat ik in het publiek bij RTL Late Night. Ik ben een paar dagen aan het werk in Amsterdam. Dit was een mooie kans om mijn vrije avonduurtjes op te vullen. Ik ben artiestenpsychologe en diverse cliënten van me hebben verteld over hun gastoptreden bij dit programma. De één was op van de zenuwen en de ander vertelde pragmatisch over zijn optreden. Ik wil wel eens zien hoe zo’n live opname verloopt. Zo gezegd, zo gedaan. Met een analytisch observerende blik in het publiek. Dat was de intentie.

Gistermiddag werden de avondgasten bekent gemaakt. Staking in het primair onderwijs. Twee leerkrachten komen praten. Het raakt me. Een cliënt van me heeft onlangs een boek uitgebracht waarin ze verteld over haar burnout, terwijl ze werkte in het onderwijs. “Er was eens… een juf” van Ellen Kusters. Een aanrader.

Maar mijn oog viel op een andere gast. Of eigenlijk groep gasten. De Lama’s. De Lama’s komen weer samen. Een flashback naar Lowlands 2007. Naast The Killers, The Editors en Tool stonden ook de Lama’s op Lowlands en daar moest ik bij zijn.

Ja, ik vond ze al jaren grappig en hun improvisatiespellen droegen bij aan mijn interesse in dramatherapie. Maar er was nog iets. De Lama’s hadden Ruben Nicolai. Ruben is net iets grappiger dan de rest. Niet omdat hij grappiger is, maar omdat ik hem leuker vind. Ik ken hem niet. Het leuk vinden is een lege huls. Een losse flodder. Iets puberaal bijzondermakend. Idolatrie. Adoratie. De basis van fangedrag. Dat was toen. Op Lowlands 2007. Net iets meer oogcontact met hem maken. Net iets harder lachen om zijn grappen. Dat is waar de artiestenwereld op drijft. Op het gevoel van idolatrie. Hem wil ik volgen. Bij hem wil ik zijn. Hij is bijzonder. En dat is de basis waarom meisjes hun kamer volhangen met posters. Alles lezen over die ene persoon. Zijn muziek kopen of alle films waar hij in speelt gaan kijken. Idolatrie. Goddelijke verering van het stoffelijke. Persoonsverheerlijking. Ja als ik Ruben Nicolai zag kon ik volledig erkennen dat ik deed aan persoonsverheerlijking.

Maar de Lama’s stopten. Lowlands veranderde. En ik werd ouder. Ik ben gegroeid in het vak van artiestenpsychologie. Ik begeleid artiesten hoe ze om kunnen gaan met zichzelf en de wereld om hen heen. Ik leg ze bijvoorbeeld uit hoe idolatrie werkt. Welke hormonen er vrij komen bij gillende 16 jarige meisjes. Psycho-educatie noemen ze dat. Het helpt hen relativeren.

Gisteravond was bijzonder. Ik observeerde Humberto Tan toen hij zich focuste op die oneliner als hij zijn programma live aankondigt. Ik observeer het publiek dat verwonderd is. Genieten. Ik kijk naar de gasten. Leerkrachten die niet gewend zijn om op tv te komen. Productiemedewerkers die rond rennen en met nonverbale communicatie de boel aansturen. En dan zit jij daar. Ruben. Frontaal in mijn zicht. Mijn analytische 30 jarige blik moet ruimte maken voor de ogen van dat 20 jarige onbezonnen Lowlands meisje. Ogen die oogcontact zoeken. En dan gebeurt het weer. Om jouw grappen lach ik net wat harder.

Het programma loopt op zijn eind. Je staat op en je springt crowdsurfend in het publiek. Twee rijen zitplaatsen voor me. Er was niet echt een aanleiding. Je vond dat gewoon nodig. Het was geen onderdeel van het gesprek. Enkel reuring creëeren. Na de twee rijen publiek is een looppad en dan zit ik daar op een kruk. Je valt in het pad voor me. Daar lig je. En op dat moment. Dat is het eerste moment dat ik je wel zie vanuit de ogen van de psycholoog. Je ligt daar. De rest om ons heen kijkt verwonderd, verbijsterd. Ik steek mijn hand uit. En met een stevige handdruk til ik je op. Even geen persoonsverheerlijking. Nu til ik je op, zoals ik dat dadelijks doe bij andere artiesten. Een hand uitreiken. Faciliteren zodat een ander kan groeien.

Het programma is afgelopen. Mijn ‘buren’ vragen of ik een foto wil maken van hen met Humberto. “Ja, geen probleem”, antwoord ik. “Wil jij ook?”, vragen ze. “Nee, dankje.” Ik kijk naar Humberto met andere ogen. Misschien stuurt hij morgen wel een aanvraag voor een kennismaking. Nooit maak ik selfies met cliënten of toekomstige cliënten. Want dan heb ik positie bepaald. Een positie die later mijn objectiviteit kan beïnvloeden. Ik mijn werk streef ik naar gelijkwaardigheid. 


Ik loop de lobby in op weg naar de garderobe. Ik draai me om en zonder twijfel spreek ik de man die voorbij loopt aan: “Ruben, mag ik met je op de foto?”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.